Hogeschooltaal > Docent > Inhoud Plusmodule Taalsteun

Inhoud Plusmodule Taalsteun

Taalsteun is een module die voorafgaat aan de Basisvaardigheden en die voor buitenlandse studenten, studenten met een ontoereikende taalvaardigheid of voor dyslectici een instrument biedt om hun Nederlands te verbeteren. 

Belangrijke uitgangspunten van Taalsteun zijn:

  • In negentien thema’s komt de Nederlandse taal aan bod.
  • Ieder thema bestaat uit vijf onderdelen: Themagesprekken, Grammatica, Woordenschat, Spelling en uitspraak en Culturele informatie.
  • In de aangeboden volgorde maakt de student per onderdeel de bijbehorende oefeningen, waaruit blijkt of de theorie wordt beheerst.
  • Via de inhoudsopgave kan de student met een specifiek taalonderwerp aan de slag.
  • De onderwerpen en oefeningen zijn gebaseerd op materiaal dat is aangeleverd door het Instituut voor de Nederlandse Taal.

Bij ieder thema geeft Hogeschooltaal inzicht in verschillende aspecten van de Nederlandse cultuur. Taalsteun ondersteunt de student en stimuleert hem actief met de stof aan de slag te gaan. De onderwerpen en oefeningen bieden een passende voorbereiding op de module Basisvaardigheden die de student uiteindelijk naar het verplichte B2-instapniveau zal brengen.

Uitspraak

Nederlands alfabet met uitspraakaanwijzingen Uitspraak van korte klinkers                        
Uitspraak van Nederlandse klanken Uitspraak klinkercombinaties
Uitspraak van lange klinkers Uitspraak medeklinkers
 

Spellingsregels

Klinkerbotsing                                                                          Samenstelling                                                                     
Woorden afbreken Samenstellingen met cijfer, (hoofd)letter of symbool
Meervoud op –en of –s Spelling van bijvoeglijke naamwoorden
Meervoud op –a, -i of –heden Hoofd- en kleine letters
Verkleinwoorden   
 

Leestekens

Punt                                                                                      Vraagteken                                                                            
Komma Uitroepteken
Dubbele punt Ronde haakjes
Aanhalingstekens Weglatingsstreepje
 

Werkwoordspelling

Wat is een werkwoord?                            Geen persoonsvorm: nooit vervoegen     
Werkwoordspelling in een schema Wel persoonsvorm: tt en vt
Hoe vind je de persoonsvorm? Engelse werkwoorden
 

Zinnen

Hoofdzin                                            Directe en indirecte rede     
Woordvolgorde bijzin Vast voorzetsel
Samengestelde zin Ontkenning: gebruik van ‘niet’ en ‘geen’
Nevenschikking Het gebruik van ‘er’
Onderschikking Het gebruik van ‘men’
Inversie Om-zinnen
Samentrekking Lijdende vorm
Beknopte bijzin Tussenwerpsel
 

Woordsoorten

Persoonlijk voornaamwoord                                        Wederkerig voornaamwoord                                                 
Bezittelijk voornaamwoord Wederkerend werkwoord
Werkwoord Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord Voegwoord
Lidwoord Telwoorden
Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord
Aanwijzend voornaamwoord Onbepaald voornaamwoord
Betrekkelijk voornaamwoord Voornaamwoordelijk bijwoord
Vragend voornaamwoord  
 

Werkwoorden en tijden 

Onvoltooid tegenwoordige en verleden tijd            Samengesteld werkwoord                    
Gebiedende wijs Tegenwoordig deelwoord
Hulpwerkwoorden van modaliteit Hulpwerkwoorden met –te
Sterke werkwoorden  Voorzetsel-te + onbepaalde wijs
Toekomende tijd Koppelwerkwoord

 

Ga terug naar bestellen >>