Terug

Algemeen directeur dr. E. Landman over Hogeschooltaal


De kritieken van externe gecommitteerden op de eindscripties van studenten in het hoger onderwijs waren rond de eeuwwisseling niet meer te weerleggen. Veel scripties waren slecht van structuur, stonden vol spelfouten en konden de toets der kritiek niet doorstaan als het ging om het overbrengen van een duidelijke boodschap.

De visie was van meet af aan: 'ontzorg' de docenten, bied een totaalpakket voor één prijs en gebruik alleen de beste deskundigen voor het bepalen van de inhoud. De website Hogeschooltaal liet zich mede sturen door docentvragen. Deze vragen hebben  voor een belangrijk deel de inhoud van Hogeschooltaal bepaald; wie kunnen beter weten wat er nodig is voor een goede taalbeheersing dan de docenten die met beide benen in de praktijk staan?

Overal in het land kwamen we dezelfde problemen tegen.

  • De taalvaardigheid van studenten werd steeds slechter. Op de middelbare scholen en op de mbo’s verloor het docententeam de strijd tegen de taalverloedering, terwijl de desinteresse in taalvaardigheid en spelling juist hand over hand toenam.
  • Verscheidene oorzaken droegen ertoe bij dat het verval verder toenam. Door bezuinigingen was er minder tijd beschikbaar voor lessen en werkcolleges, maar wel voor meer duur schoolmanagement: voor coördinatoren en diensten die allerlei  (bouw)projecten en ook onderwijszaken gingen regelen.
  • Het opleidingsniveau van docenten Nederlands en Engels was in die jaren niet meer het criterium voor een vaste aanstelling; dat was de werkervaring in het beroepenveld. Daarnaast was er de opkomst van de sociale media. Door de snelheid die het gebruik van media als e-mail, Twitter en Whatsapp vereiste, verloren de studenten echter hun aandacht voor een juiste spelling en grammaticaal correcte zinnen.

 
 Ik wilde een zelfstandige uitgeverij met een visie: taalleren via internet voor studenten in het hoger onderwijs. De docenten in het land ontzorgen, goede toetsen ontwikkelen – ook om docenten te kunnen toetsen - en het zelfstudiepakket daarop afstemmen.

Vanaf het begin waarborgde Piet van Sterkenburg de wetenschappelijke status van Hogeschooltaal. Hij zorgde dat het materiaal uit wetenschappelijke bronnen kwam en bewaakte de kwaliteit van Hogeschooltaal. Dat doet hij nog steeds, nu samen met de wetenschappelijke adviesraad van Hogeschooltaal. In 2010 ging Hogeschooltaal verder als zelfstandig digitaalbedrijf. Er was nog een ambitie bijgekomen: docenten en studenten moesten op vragen altijd direct een deskundig antwoord krijgen, via e-mail, maar ook telefonisch.


In 2010 besloot ik, na overleg met de toenmalig secretaris-generaal van de Taalunie om het keurmerk van de Taalunie aan te vragen en om de toetsen van Hogeschooltaal te certificeren voor B2 en C1-niveau. Wij mochten dat zelfstandig doen. Onze deskundigheid en betrouwbaarheid kwamen immers voort uit een groeiende vakgroep die bestond uit taaldocenten uit het hoger onderwijs en wetenschappers uit de neerlandistiek. De tot nu laatste stap was een forse investering in de website om de digitale beveiliging van persoonsgegevens en een goed toetsadministratie mogelijk te maken.

Nu kan ik vaststellen dat er belangrijke doelstellingen gehaald worden met Hogeschooltaal in Nederland en in Suriname. Studenten en docenten zijn zeer tevreden over het pakket. Meer dan 90% van de studenten haalt de toetsen maar ze studeren er dan ook intensief voor. Nederland en het hoger onderwijs zijn klaar voor e-learning. Het pakket wordt geïntegreerd in de curricula en het doorstaat de accreditaties zonder problemen.

Dit alles wil niet zeggen dat Hogeschooltaal klaar is. De ambitie blijft: een totaalpakket Nederlands en Engels voor het hoger onderwijs waarin iedere docent en alle studenten kunnen vinden wat zij nodig hebben voor de volledige studieperiode. Vanaf de entreetoets tot en met de thesis; Hogeschooltaal moet in al het studie- en oefenmateriaal voorzien, in woord, beeld en geluid. Al het materiaal moet ontwikkeld zijn door toppers uit het hoger onderwijs. Docenten moeten zich bezig kunnen houden met de kern van hun vak, met specifieke taalvaardigheden die nodig zijn binnen dat eigen vakgebied, gericht op de doelgroepen die daarbinnen van belang zijn. 
Hogeschooltaal zorgt voor de rest: het op het juiste, hoge niveau brengen van de taalvaardigheid van de student.



Terug